Tagarchief: kinderen

Onder-wijs of Boven-wijs

Als ouder, maar ook als MR-lid op de school van mijn kinderen, blijf ik mij steeds weer verbazen over het gebrek aan ruimte en creativiteit in het onderwijs. Ze doen hun naam wel eer aan Onder-Wijs. Als Nederland willen we het goed doen op de wereld innovatieranglijst, en ondertussen worden scholen in een steeds strakker keurslijf gepropt, met docenten die het alleen overleven als zij regels kunnen volgen. “Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg.” Een beroemde uitdrukking, die zeker voor ons onderwijs telt. Tijd om van Onder-Wijs naar Boven-Wijs te gaan.

Sir Ken Robinson

In een prachtige RSA van Sir Ken Robinson, laat hij mooi zien hoe de wereld verandert, en het onderwijs daarin een belangrijke rol heeft.


Als ik zijn beeld, over waar het naar toe gaat, leg naast het huidige onderwijssysteem, dan begrijpen we allemaal dat dit mis gaat. Maar hoe kan het dan beter?

Finse model

We zijn niet de enige die zich die vraag stelt. De Ieren vragen zich ook af waarom de Finnen het zoveel beter doen. In het onderwijs, maar zeker ook op het gebied van Innovatie. Toeval? Ik geloof er niets van.
De Ieren hebben onderzoek gedaan en belangrijkste bevindingen zijn:
• Onderwijzer worden is een zeer gerespecteerd beroep, net als arts en jurist. Je moet er ook een Mastersopleiding voor hebben gevolgd. Gevolg is dat er meer mensen onderwijzer willen worden, dan worden aangenomen. Resultaat: getalenteerde en gemotiveerde onderwijzers. Alleen de beste worden aangenomen.
• Er zijn geen inspecties en landelijke meetlatten. Onderwijzers doen vanuit intrinsieke motivatie hun beste om het beste uit de kinderen te halen. En spreken de kinderen ook aan op intrinsieke motivatie, in plaats van een extrinsieke. Resultaat: hoogtes scores in de wereld op 15 jarige leeftijd.
• Kinderen gaan pas vanaf 7 jaar naar school, daarvoor is er wel een soort kleuterschool, maar echt leren begint pas later. Toch blijken deze kinderen op 15 jarige leeftijd het hoogste te scoren op taal en rekenen in de wereld. Hoe zo dus nog jonger naar school en kleuter-CITOs?

Kinderburnout

In een filmpje van Achmea wordt aandacht gevraagd voor het probleem van Kinder Burnout. ADHD, ADD, autisme, burnout! Wat doen wij onze kinderen toch aan?
In het filmpje komt Ingrid Stoop aan het woord. Zij is bedenker van de Matrixmethode. Een prachtige manier om kinderen te leren leren. Ik heb zelf de training gevolgd en uitgeprobeerd om mijn eigen kinderen. De aanpak gaat uit van een simpel en krachtig idee: laat kinderen zelf ontdekken hoe hun hoofd werkt en hoe zij die optimaal kunnen gebruiken. In deze methode leer je hoe je het kind kunt helpen door de juiste vragen te stellen en het kind mee te nemen op zijn eigen ontdekkingsreis in zijn hoofd. Mijn oudste dochter heeft er bijvoorbeeld veel baat bij gehad bij spelling.
In het filmpje van Sir Ken Robinson laat hij op de kaart van de Verenigde Staten goed zien hoe ADHD erger lijkt als je meer naar het Oosten reist. Zou het aan de kinderen liggen of aan hun omgeving?

De oplossing is zo simpel

Van Onder-wijs naar Boven-Wijs. Laten we stoppen met alle prestaties én controles op prestaties in het onderwijs. Geef kinderen weer een omgeving waarin zij, met wat begeleiding van intrinsiek gemotiveerde docenten, zelf kunnen ontdekken hoe zij optimaal kunnen leren. Focus dus op het proces van leren en niet op het resultaat. En laten we de kinderen eens het vertrouwen geven dat zij voor een groot deel zelf kunnen bepalen wat zij nodig hebben. De Finnen laten zien dat je dan tot de besten van de wereld kunt behoren, in het onderwijs, maar ook op het gebied van innovatie.

Kinderen leren vanzelf

Gelukkig zijn er al kleine voorbeelden die dit ook bewijzen: kijk maar naar de school voor Natuurlijk Leren in Renkum. Ook daar laten ze zien dat je met focus op het proces van leren, je hoge resultaten kunt halen.
Morgen maar we kijken hoe ik in onze MR een steentje kan bijdrage aan meer ruimte voor onderwijzers om hun intrinsieke motivatie en passie te gebruiken. En aan meer ruimte voor kinderen om hun eigen leerroute te vinden vanuit hun eigen passie en motivatie. En wie weet hebben we dan straks geen ADHD, autisme en kinderburnout meer nodig omdat kinderen leidend worden in plaats van structuren en landelijke meetlatten en prestaties.

Heb jij het lef om anders te denken en te doen? Ik doe met je mee!

Van Vast naar Vloeibaar

Waar ik ook kijk, ik zie aan alle kanten de prachtige systemen die wij ooit gebouwd hebben om het leven beter en mooier te maken, piepen en kraken. Of het nu gaat om onze juridische systemen, onze onderwijssystemen, ons politieke systeem of onze economische en bedrijfssystemen. Het is tijd voor andere systemen vanuit andere principes. Dit is nodig om de huidige economische, maatschappelijke en ecologische uitdagingen op een goede manier het hoofd te bieden en te blijven zorgen voor een mooier en beter leven.
Ik ben zeker niet de enige die dat ziet en herkent. Helaas zijn onze systemen zo groot en complex geworden, dat ik, en veel mensen om mij heen, zich machteloos voelen om hier verandering in te brengen. We hebben de systemen zo solide gebouwd, met controles op controles dat we niet meer kunnen ontdekken waar de beweging kan beginnen.

Nieuwe school, nieuwe stroom

Een mooi voorbeeld is De Vallei, de school voor Natuurlijk Leren in Renkum. Een democratische school die op een vernieuwende manier kinderen in de basisschoolleeftijd leert om zich te ontwikkelen tot mensen die klaar zijn voor de maatschappij van de toekomst. Een maatschappij met werkzaamheden dat we nu nog niet kunnen bedenken, met technologie die er nu nog niet is, met uitdagingen die we nu nog niet kennen. We hebben dus kinderen nodig die, naast goed in taal en rekenen, vooral ook creatief en vernieuwend zijn, kunnen combineren, redeneren, maar ook samenwerken aan grote uitdagingen. Als Maaike, de directeur van deze school, haar verhaal uitlegt aan buitenstaanders is eigenlijk iedereen het met haar eens. Ja, dit is één van de nieuwe vormen van onderwijs die wij nodig hebben. Toch lukt het haar maar heel moeilijk om deze school open te houden. Niet omdat de prestaties niet goed zijn: een bovengemiddeld aantal kinderen gaat naar HAVO en VWO en in eerste instantie ook niet vanwege geld. De school vecht tegen de kaders vanuit de onderwijsinspectie, die niet gemaakt zijn voor scholen die vernieuwend onderwijs willen geven. De kaders zijn gericht op het aantal lesuren, het schoolgebouw, de toetsingen (uiteraard vooral op taal en rekenen, en niet op samenwerken en budgetteren bv), het aantal leerlingen, de klassengrootte, het leerlingvolgsysteem, de vakantiespreiding en ga zo maar door. Allemaal SMART-doelstellingen, die scholen uniform proberen te maken, want dat is makkelijker te meten en te controleren. Maar zoals Maaike, van oorsprong bioloog, aangeeft: een ecosysteem overleeft veranderingen van omstandigheden door variëteit en diversiteit. En volgens mij zitten we in een tijd van grote veranderingen van omstandigheden, dus variëteit en diversiteit in opgroeiende en ontwikkelde kinderen is van levensbelang. Het is tijd om de kaders van ons onderwijssysteem meer los te laten om dit te realiseren. Het is tijd voor paradigmashifts, anders durven denken, posruptive change. De vaste kaders moeten weer vloeibaar worden en gaan stromen. Maar waar zit de beweging? Bij de mensen die deze kaders moeten handhaven, de onderwijsinspectie? Dit zijn over het algemeen mensen die niet graag veranderen, dat maakt ze zo goed in hun werk. Bij de politiek? Die ziet het wel, maar geeft aan zich niet te mogen bezighouden met de onderwijskaders. In de Onderwijswetgeving ligt namelijk vast dat de Onderwijsinspectie dit bepaalt. Maar waar zit de beweging dan wel? Maaike weet het even niet meer.
Weet jij waar de beweging zit en wil jij haar komen helpen? Laat het mij weten.

Dit is wat er gebeurt als je vast zit in oude kaders:

Waar zit de beweging?

Het lijkt zo wie zo wel of er weinig in beweging komt. We willen wel veranderen en weten dat het eigenlijk moet, maar we zijn moe, trekken ons terug en zoeken de stilte op. Zijn wij aan het coconen? Ik merk het zelf ook, bijvoorbeeld voor 7 Days of Inspiration, Een waanzinnig mooi initiatief om Nederland weer te inspireren en tot actie te bewegen. Ook in Arnhem doen wij mee met dit initiatief. We hebben een bijzonder fijne groep mensen die al mee doen, en prachtige ideeën, maar het lukt maar moeilijk om tot concrete actie te komen. Het is lastig om in beweging te komen. Hoe komt dat toch? Als ik naar mijzelf kijk herken ik de vermoeidheid. De vermoeidheid van het vechten tegen de angst en onzekerheid, en het vechten tegen de systemen en kaders die zinloos en onrechtvaardig zijn, de vermoeidheid van de vele dingen die ik doe, omdat het zo hoort, omdat ik niet wil toegeven dat ik het eigenlijk niet kan of wil, om aardig gevonden te worden. Ik zet mezelf hiermee enorm vast. Het is tijd om vloeibaar te worden en te gaan stromen, om van daaruit vleugels te krijgen en vlinder te worden. De rups wordt vloeibaar in de cocon en kruipt er als vlinder uit, dank je wel Jan Bommerez, voor deze prachtige metafoor. De beweging zit dus in mijzelf!

Hoe in beweging?

Over het ‘hoe’ moet ik mij misschien niet druk maken. Weten dat ik dit wil is waarschijnlijk voldoende. Het universum zal wel laten zien hoe het dan vorm gaat krijgen.
Ik wil moedig mijn bijdrage leveren om bedrijven en organisaties te leren en te helpen om de transformatie te maken naar werken aan werkelijke toegevoegde waarde voor de omgeving vanuit talenten en krachten van mensen. En daarin spelen kinderen en hun ontwikkeling een hele grote rol, zij zijn de volwassenen van de toekomst. Van vast naar vloeibaar: energie en kracht laten stromen voor een mooiere en betere wereld. Ik wil waardenvol zijn!
Mijn eigen rol daarin is het geven van energie, aandacht en beweging aan deze processen. Mijn kracht is het zien van de toekomst, en het kunnen vertalen daarvan naar inzichten (leren) en acties in het nu (beweging) en dat energie geven. Meestal ben ik moedig, hoewel ik dat soms even kwijt ben (ik ben ook slordig ;o)). En ik wil werken vanuit een aantal principes:

  • Wat je aandacht geeft groeit;
  • Zie de uitdagingen (niet de problemen), denk in kansen;
  • Focus, maar denk niet te veel na over het hoe;
  • Zet kleine stapjes in het nu;
  • Durf te spelen;
  • En ik doe het graag samen!

En deze kreeg ik vrijdag nog even mee: Laat de krampachtigheid rond dat wat je nastreeft los, en dat wat je zoekt zal jou vinden!
De beweging zit in mijzelf!

Welke beweging maak jij?

Anders doen, anders zijn

Wat is eigenlijk ‘anders’? Is niet iedereen een beetje anders?

Vanuit school en de schoolbegeleidingsdienst hebben wij het verzoek gekregen om met onze dochter te gaan praten over het ‘anders zijn’. We hebben een boekje mee gekregen met de titel “De wereld van Luuk” met daarin een verhaal over een jongetje met een vorm van autisme. Wij worden geacht dit met haar te gaan lezen en dan met haar te praten over autisme. En ik merk dat ik hier enorm mee worstel. Ik heb daarbij drie vragen: waarom, wanneer en hoe?

Waarom?

De belangrijkste worsteling is: waarom zouden wij dit doen? Doen wij dit omdat dat beter is voor haar, of omdat het beter is voor haar omgeving? Haar huidige omgeving, vooral ons gezin en haar klasgenoten, weten allang dat zij anders denkt en reageert dan een ‘gewoon’ kind (wat dat dan ook mag zijn). Dus volgens mij levert het daar niet veel op om het expliciet en bewust te maken. Dat zal wel veranderen als zij straks bijvoorbeeld naar de middelbare school gaat. Maar dat duurt nog een aantal jaren.
En als ik naar haar kijk, weet ik dat zij het onbewust weet, zij benoemt het alleen niet en is het zich niet echt bewust. Wat levert het haar op om het expliciet te maken en een naam te geven? Kan zij iets met deze informatie en zo ja, is dat positief of negatief? Kan het haar helpen om haar omgeving handvaten te geven om in harmonie met haar om te gaan? Of geeft het haar juist een knauw in haar zelfvertrouwen en zelfredzaamheid?

Wanneer?

Mijn tweede worsteling is: wanneer zouden wij dit doen? Doen wij het, als haar omgeving dit wil of vraagt, of pas als zij zelf aangeeft hier iets mee te willen? Mijn gevoel zegt dat zij er nog niet aan toe is, maar misschien ben ik er zelf nog niet aan toe. Boekjes over anders zijn leiden niet tot vragen van haar kant, eerder tot afwijzing: “die wil ik niet lezen”.
Voorlopig kunnen we haar een omgeving bieden, waarin zij zich vrij kan bewegen, lekker in haar vel zit en zich goed ontwikkelt. Is het al tijd om haar wakker te schudden en te confronteren met een ‘onze’ realiteit? Want wij zijn degene die haar ‘anders’ labelen. Of is het nog tijd om te genieten en kinderlijk vrij te zijn?
De discussie bij Rondom Tien zet mij wel weer aan het denken.

Hoe?

En als we haar dan gaan helpen om het bewust te maken en onder woorden te brengen: hoe doen we dat dan? Welke wegen kunnen wij bewandelen? Welke rol hebben wij als ouders daarin? Zijn wij er om vooral onvoorwaardelijk van haar te houden, of hebben wij een verantwoordelijkheid om haar daarin te begeleiden? En hoe doe je dat dan op een liefdevolle en onvoorwaardelijke manier?

Ik heb vast een paar tips gekregen die ik ga onderzoeken (dank je wel Jenny):
De wereld van Luuk, Ik ben Speciaal, Mick is anders, Bibi en autisme,…

Maar de belangrijkste tip: volg je gevoel!

Externe maatstaf

Afgelopen week had ik vergadering met de MR (medezeggenschapsraad) op de basisschool van mijn kinderen. Op gegeven moment kwam het onderwerp op de leerprestaties van kinderen op school. Uit onderzoek binnen alle Arnhemse scholen was de conclusie getrokken dat de school “toetsgericht werkt”. Dit betekent dat er in de klassen bewust wordt gewerkt om de cito-score van de kinderen gunstig te beïnvloeden. Het gaat hier niet om de cito-toets van groep 8, maar de cito toetsen vanuit het leerlingvolgsysteem. Dit kunnen de onderzoekers herkennen, doordat zij weten welke leermethoden de school gebruikt. Aan de hand daarvan kunnen ze zien dat kinderen zaken beheersen die ze eigenlijk nog niet gehad zouden moeten hebben, als de leermethode strikt was gevolgd. De discussie ging er over of dit wenselijk is en waarom. Wat mij opviel in deze discussie is, dat er vooral geredeneerd wordt vanuit het perspectief van ouders (die vinden het vreselijk belangrijk dat hun kinderen goed presteren op de cito) en docenten (die zich enorm hebben te verdedigen richting deze vaak zeer mondige ouders). Dat het niet wenselijk is vanuit een kindperspectief, omdat het voor kinderen te verwarrend is, wordt afgedaan met: “Maar op de cito-toets van groep 8 scoren de kinderen toch heel goed, dus het heeft geen effect”. En dat laatste is zeker waar als je kijkt naar cognitieve ontwikkeling.

Eén van mijn mede-ouders in de MR vertelde haar ervaring op een andere school. Deze school wilde een aparte klas voor hoogbegaafde kinderen starten. Veel ouders hadden hun kind aangemeld voor dit initiatief. De kinderen werden getest en deze ouder deed samen met de onderzoeker de terugkoppeling naar de ouders. En wat bleek: veel ouders bleken hun kinderen zwaar te overschatten en een groot deel van de kinderen bleken gemiddelde kinderen.

Wat is hier toch aan de hand, vraag ik mij af. Waarom hechten wij / ik toch zo veel waarde aan de cito-score en IQ? Als je het goed doet op school heb je later veel meer kansen, heb ik van mijn vader geleerd. Maar is dit wel zo? In mijn dagelijkse praktijk met ondernemers kom ik menig succesvol ondernemer tegen die het juist helemaal niet goed deed op school. Het manier van onderwijs sloot niet aan bij de behoefte van deze ondernemers, waardoor zij afhakten of gingen klooien.  Maar hoe erg is dat? Deze ondernemers zijn toch ook prima terecht gekomen.

Gaat het wel over de toekomst van onze kinderen, of speelt er nog iets anders mee? Met zelf een kind dat aan geen enkele externe maatstaf voldoet, merk ik dat als je even doorpraat met ouders bijna alle kinderen wel een vlekje hebben en zorgen geven. Toch willen wij heel graag aan de buitenwereld doen geloven, dat wij de ideale ouders zijn, met perfecte kinderen. Anders zijn is lastig, past niet in ons leefpatroon, past niet bij ons statusprofiel. Een externe maatstaf die wij als ouders elkaar opleggen. Maar worden onze kinderen daar gelukkiger van? Ieder gezond denkend mens zal meteen ontkennen. Natuurlijk niet. Onze kinderen worden gelukkiger als wij ze zichzelf laat zijn, aanmoedigen om zichzelf te ontwikkelen en de ruimte geven om zelf te leren en fouten te maken.

En er is er maar één die dit kan veranderen, dat ben ik zelf. Ik spreek met mijzelf af dat ik vanaf nu de Cito-scores niet meer belangrijk vind. Als mijn kinderen zich even minder goed ontwikkelen ga ik overleggen met de juf zij denkt dat nodig is, en wat ik kan doen om te helpen. Daarmee hoop ik de juf het vertrouwen te geven om vooral vanuit het kindperspectief te blijven kijken en handelen. En naar de buitenwereld schreeuw ik uit: mijn kinderen zijn niet perfect, ze zijn gewoon lekker kinderen, waar wij nog veel van kunnen leren. En als jij nu mee doet, wie weet wordt het onderwijs dan weer een stukje fijner voor onze kinderen!

Geniet nog even van dit prachtige kind: Adora Svitak over wat volwassen en kunnen leren van kinderen:

Anders kijken naar autisme

Ik kwam net via de Ning van PassenderWijs een prachtig filmpje tegen van Abraham Hicks waarin zij de andere kant van autisme laat zien. Namelijk kinderen die bewust voor deze vorm van leven hebben gekozen en daarin volledig vrij zijn. Vrij van onze regels, gewoontes, verwachtingen en voorwaardelijke liefde. Prachtig om zo naar deze kinderen te kijken en van ze te leren.

Natuurlijk leren

Gisteren een bijzondere ontmoeting met een mooie mens op een indrukwekkende plek. Ik mocht kennis maken met Maaike van Mourik van de Vallei (dank je wel, Eliane). Een basisschool voor Natuurlijk leren in Renkum. Mijn eerste indruk was, zoals denk ik bij de meesten die daar binnenkomen: is dit een school??????

Ik krijg een rondleiding door Maaike. De school beslaat een aantal verschillende ruimtes, waar kinderen in en uit lopen. Een ruimte met een podium en een hele toneelopstelling inclusief licht en geluid. De stroboscoop staat aan en er zijn een paar kinderen aan het verstoppertje spelen. Een ruimte met een gezellige leeftafel en daarachter een keukentje waar het een drukte van belang is. Op een verhoging zijn een aantal kinderen bezig achter de computer. In de volgende ruimte is een meisje bezig met origami. In de stilteruimte zijn twee kinderen onder begeleiding bezig met een werkje, maar ik kan niet zien wat ze doen. Op het buitenterrein staan verschillende bouwsels en er is een jongen bezig die een hut wil gaan bouwen. De eerste indruk: geen klaslokalen, geen structuur, maar wel erg gezellig.

Vervolgens gaan wij in gesprek en vertelt Maaike dat dit ook precies haar probleem is. Veel mensen die horen van deze school hebben het gevoel dat het vooral ongestructureerd en gezellig is, maar vragen zich af of dit wel een goede leeromgeving voor hun kinderen is. Maar schijn bedriegt. Hoewel het rommelig en ongestructureerd lijkt, zit er heel veel structuur in de school. De basisstructuur van de school zijn de 15 leerlijnen die kinderen moeten doorlopen om klaar te zijn voor de middelbare school. Maaike heeft speciaal voor haar school een leerlingvolgsysteem ontwikkeld, waarmee kinderen, hun ouders en de onderwijzers de ontwikkeling van het kind op alle leerlijnen kan volgen. Kinderen kunnen zelf zien of zij op bepaalde onderdelen voorlopen of achterblijven op leeftijdsgenoten. Elk kind heeft een eigen mentor met wie zij hun voortgang regelmatig bespreken. Het systeem is via internet toegankelijk en dus ook voor ouders ten alle tijden te volgen. Dit zou ik ook wel willen! Dit is ook de reden waarom de schoolinspectie deze school ook gewoon heeft goedgekeurd als publieke school en er dus ook gewoon schoolbudget is van de overheid voor de 38 leerlingen. Verder zijn er een heleboel regels, die de leerlingen samen met de onderwijzers maken om het leefbaar te houden.

En hoe zit het met de aansluiting naar de middelbare school, wil ik weten. Er zijn inmiddels een aantal kinderen doorgestroomd naar de middelbare school, allemaal naar de Havo en het VWO. Kinderen mogen deelnemen aan de Cito van groep 8, om daarmee de overgang naar de middelbare school te vereenvoudigen, maar het hoeft niet.

Tijdens het gesprek komen er twee kinderen binnen (ik schat een jaar of 7-8) die graag naar de bloemenwinkel willen gaan om plantjes en zaadjes te gaan kopen. Ze willen, omdat het mooi weer is, een tuintje beginnen. Alle kinderen hebben een klein eigen budget dat zij mogen besteden aan zaken die zij denken nodig te hebben, als het maar voor school is. Ze vragen of daar geld voor is, en Maaike zegt dat ze maar in hun eigen schriftje moeten kijken of zij nog persoonlijk budget hebben. Zo niet dan moeten ze maar een plan bedenken om het te regelen.
Vervolgens vertelt Maaike dat zij zo ook hun toneelruimte hebben ingericht. Een aantal kinderen wilden graag een podium en apparatuur om op te treden. Maaike wist dat de gemeente hiervoor wel een budget had en zei tegen de kinderen dat ze dat konden aanvragen. De kinderen hebben zelf dat budget aangevraagd, gekregen en vervolgens uitgegeven aan een mooi theater. Wat heb je daar al niet voor vaardigheden voor nodig?

Deze kinderen leren naast de vereiste 15 leerlijnen vooral ook samenwerken, plannen maken, discussiëren en realiseren. Allemaal ondernemers in de dop, lijkt mij. En niet echt vreemd, want veel van de ouders die hun kinderen op deze school brengen zijn zelf ook ondernemer. Een echte school voor de ondernemers en ondernemende werknemers van morgen!

Ik wou dat ik weer kind was, dan ging ik lekker naar de Vallei!

The world needs all kind of minds

Dit kwam ik net tegen op Ted.com. Een prachtig verhaal van een autistische professor die inzicht geeft in de manier van denken van veel autisten. Daarnaast maakt zij duidelijk wat de waarde van deze autistische denkers is, en wat we moeten doen om dat te activeren. Mooi perspectief als je het mij vraagt.


Dit geeft mij als moeder van een autistisch kind weer moed en hoop, dank je wel Temple Grandin!

Autistisch reflecteren

Al lezend door de Emerce van december kom ik het verhaal tegen van Gary Carter tijdens TEDx Amsterdam afgelopen 19 november. Gary Carter is CEO van Fremantle, een tv-productiebedrijf dat in Nederland bekend is van Idols en Boer zoekt vrouw. Gary verdient zijn geld door te focussen op wat verkoopt aan specifieke doelgroepen met massa. Maar tijdens zijn TEDx presentatie laat hij ook de ander kant van de maatschappij zien: het individu dat anders en uniek is en niet past in de massa doelgroepencommercie van veel bedrijven en organisaties: zijn autistische zoon Lucio. Hij laat zien hoe business in veel gevallen kiest voor de massa, geld en gemiddelden, terwijl er mensen zijn die daar niet in passen. In een interview dat hij daarna geeft, merk je dat zijn werkelijke worsteling ligt bij de vraag hoe hij zijn zoon en vele andere kinderen aangesloten kan houden in onze maatschappij. Hij wijst daarbij op een zere plek in ons sociale systeem: ‘bijzondere’ kinderen kunnen een leerplichtontheffing krijgen. Met als gevolg dat de overheid niet hoeft te zorgen voor adequaat onderwijs als het kind niet past in de huidige onderwijssysteem. Een goede vriendin van mij zit daardoor nu werkelijk in de problemen. Als je kind namelijk wordt ontheven van leerplicht heb je ineens een kind fulltime thuis. En dan? Als werkende ouder van een bijzonder, autistisch of gehandicapt kind is dit maar één van de uitdagingen in het dagelijks leven. Werken en het hebben van een bijzonder kind lijkt bijna niet te verenigen. Dit klinkt ook door in het interview met Gary Carter.

Dit staat zo sterk in contrast met de film/documentaire de Horseboy van Rupert Isaacson, die ik gisteravond heb zitten kijken. Het boek was al prachtig, maar als visueel-kinestetisch persoon vond ik de film nog indrukwekkender en herkenbaarder. Rupert en zijn vrouw Kristin nemen hun autistische zoon Rowan mee op een helende reis naar sjamanen van het paarden- en rendierenvolk in Mongolië. De film geeft een beeld van alle emoties die spelen voor en tijdens hun reis: uitputting, frustratie, schuldgevoelens en de twijfels of dit wel een juiste keuze was. Aan de andere kant ook het geluk bij elke stap vooruit, met direct de twijfel of het wel blijvend zal zijn. Rupert laat zien dat het volgen van je intuïtie niet altijd makkelijk is, maar wel werkt. Zelfs als je, zoals Kristin, niet echt gelooft in sjamanen, dolende voorouders en bizarre rituelen. Rupert en Kristin hebben er inmiddels hun levenswerk van gemaakt om met een stichting op hun eigen range bijzondere kinderen in contact met paarden te helpen hun weg te vinden in onze complexe maatschappij. Daarin gesterkt door hun zoon die inmiddels zindelijk is, goed kan praten en vriendjes heeft. Iets wat je aan het begin van de film niet zou verwachten.

Mooi om te zien hoe twee zo verschillende ouders: Gary en Rupert beide aangeven een beter mens te zijn geworden door hun bijzondere kind. En ik vind het bewonderenswaardig hoe beiden op hun eigen wijze laten zien dat autisme een onderdeel van onze maatschappij is en dat autisten het verdienen om de aandacht te krijgen die zij nodig hebben. Ik vraag mij nog af hoe ik daar zelf in zou kunnen bijdragen. Mijn intuïtie zegt dat het antwoord zich vanzelf zal aandienen.

Wat zijn wij rijk!

Deze keer een gastblog van mijn vader:

We weten eigenlijk wel dat we rijk zijn, maar realiseren het ons vaak te weinig. Totdat je in een land als Guatemala komt en tijdens het les geven kinderen van de honger in slaap ziet vallen. Daar wilde ik graag wat aan doen vanuit onze rijkdom, samen met een paar anderen zijn wij  gekomen tot de oprichting van een kleinschalige Stichting: Famecon1 (afkorting voor familie economie).

Het primaire doel van onze Stichting is, kinderen meer kans te geven op een betere toekomst door ze o.a. in schoolverband een kleine dagelijkse maaltijd te geven. Het is directe hulp. Door een goede communicatie en aanwezigheid ter plekke blijven we nauw betrokken bij de voortgang van onze projecten. We hebben ons geconcentreerd op een school in Maya-gebied in de plaats Santa Maria de Jesús. We doen dit nu ongeveer 2 jaar en het geeft ons en onze donateurs een goed gevoel.

Afgelopen maand ben ik samen met een vriend weer in Guatemala geweest en hebben de plaatsen Alotenango en Santa Maria de Jesús bezocht. In Alotenango, ca 15 kilometer ten zuiden van Antigua, hebben we voornamelijk geklust om een particuliere woning geschikt te maken voor drie leslokalen. Het was hard werken en rond negen uur ’s avonds waren we aan ons bed toe; moe maar voldaan! Het eindresultaat, met hulp van een legertje scholieren, was meer dan de moeite waard en gaf veel voldoening.

In Santa Maria, het plaatsje tegen de vulkaan Agua, staat de privé-school van Julio Garcia jr, “Jardin de Amor”. De kinderen van deze school zijn voor ons project het meest belangrijk. We hebben gekeken naar de stand van zaken ten aanzien van onze lopende projecten in dit Maya-dorp en genoten van de kinderen. De kinderen krijgen dagelijks een kleine maaltijd, waar om beurten moeders voor worden ingeschakeld, om de maaltijden te bereiden. Het schoolhoofd wordt bij de organisatie van de maaltijden ondersteund door zijn moeder, Lucky, die zeer bij het wel-en-wee van de school is betrokken. We hebben zelf ook een hapje meegegeten. Het smaakte prima!

Naast de dagelijkse hapjes hebben we ook gekeken naar de stand van zaken van het kippenproject. Tien families, die ieder 10 kippen hebben gekregen en de opbrengst mogen besteden naar eigen goeddunken. De kippen zien er goed uit en leggen regelmatig eieren. Niet in alle hokken vonden we nog de oorspronkelijke tien kippen. Door ziekte gaan af en toe kippen dood. Op dit moment zijn er nog ca 85 kippen in leven.

Namens alle kinderen, danken wij hierbij alle donateurs voor hun bijdrage. Het werkt echt en komt terecht op de goede plaats. Wilt u meer weten over onze activiteiten op kleine schaal, schakel dan door naar onze web-site: www.famecon1.com

Namens de Stichting Famecon1, Piet Rijnbeek

The Horse Boy

Een adembenemend boek over de zoektocht van twee ouders naar de genezing van hun zoon Rowan, die op tweeënenhalf jarige leeftijd wordt gediagnostiseerd als autistisch. Het verhaal wordt geschreven door de vader van Rowan, Rupert Isaacson, die een reisverslag maakt van zijn ontdekkingstocht. Na een lange weg langs therapeuten, instellingen en speciale scholen zijn zij geen stap verder, een illusie armer en doodmoe. Tot de ontdekking van Rowans bijzondere band met het paard Betsy. Ineens versnelt zijn taalontwikkeling en lijkt hij beter op zijn gemak. Uiteindelijk neemt Rupert zijn vrouw en zoon mee naar de oorspronkelijke leefomgeving van de paarden in Mongolië, waar hij Rowan in contact brengt met sjamanen, paarden en het rendiervolk. In zijn gevolg neemt hij ook een filmploeg mee om hun ontdekkingstocht en helingsreis te documenteren. Het resultaat is niet genezing van autisme, want dat blijft een stukje van Rowan, vertelt Rupert. Maar wel een jongen die zo gegroeid is dat hij beter communiceert, in staat is om vrienden te maken en te houden, zindelijk is geworden en de meeste tijd lekker in zijn vel zit.  Een jongen die geheeld is van de angsten die hem gevangen hielden en blokkeerden om te groeien.

Het verhaal leest makkelijk, is humorisch geschreven en, denk ik, voor elke ouder op bepaalde momenten in het ouderschap zeer herkenbaar. De Paardenjongen, zoals het boek in het Nederlands heet is straks ook te bekijken. De film The Horse Boy is in september 2009 in Amerika in première gegaan met daarin de filmbeelden van hun reis.

Met zelf een dochter met een vorm van autisme is het verhaal zo enorm herkenbaar. Als ik kijk naar mijn kind herken ik het blauw geboren worden, de gedragspatronen om controle te houden, de angstuitbarstingen als ze de controle verliest, maar ook de enorme liefde voor dieren, in haar geval met name poezen. Maar ik herken mij ook in de reactie van de vader, Rupert: de worsteling met mijn eigen schuldgevoel en met het ‘gewone’ zorgcircuit voor deze kinderen. Ik bedoel dan de kinderarts, psychologen en Jeugdzorg, die toch erg blijven hangen in diagnostiseren en het beschermen en onderbrengen van een ‘ander’ kind in aparte instellingen. Ik herken ook de zoektocht vanuit mijn buikgevoel in de alternatieve zorg, naar andere opties om mijn dochter te helpen om haar weg te vinden in deze, voor haar soms complexe, wereld. En ik moet zeggen, na craniosacraal therapie, homeopathie en nu neurofeedback zit ook mijn dochter prima in haar vel, ontwikkelt zich goed, kan zelfs fietsen en bijna zwemmen (wat wij lange tijd niet voor mogelijk hadden gehouden). Contact maken met andere kinderen blijft voor haar een uitdaging en zij blijft daarin echt anders dan andere kinderen, maar zij heeft er geen last van en de meeste kinderen accepteren haar voor wie zij is. Of deze verbeteringen door de alternatieve therapieën komen of puur vanwege onze focus en aandacht voor haar, of misschien wel gewoon helemaal autonoom, kan ik niet met zekerheid zeggen. Maar dat is ook niet belangrijk. Zoals Rupert ook aangeeft: ik zie dat zij al een eind op weg is naar heling. Autisme is een stukje van haar zijn en hoeft niet genezen te worden, alleen geheeld. Ik heb een blij en gelukkig kind.

En meer wil je toch niet als ouder?