Maandelijks archief: april 2009

Autistisch gedrag: handicap of gave?

Steeds meer kinderen worden in het hoekje van autistisch gedrag geplaatst, met de mededeling: leer er maar meeleven. Zo ook mijn eigen dochter. En wat voor gedrag hebben we het dan over: te vaak in de eigen wereld zitten en daarmee geen aandacht hebben voor de ander, mindere goed praten, ‘dansen’ op de tenen, mensen niet aankijken, enzo. De huidige medische wereld in Nederland zegt er niets aan te kunnen doen, behalve de omgeving op het kind aanpassen. Het is een handicap, een foutje in de hersenen, die niet te genezen zou zijn.
Maar wat als er nu meer aan de hand is dan nu lijkt? Met onze dochter zijn wij in behandeling bij Tinus Smits (zie: www.tinussmits.nl) die ook een andere mening is toegedaan. Hij beweert dat veel van deze kinderen autistisch gedrag zijn gaan vertonen doordat er teveel ‘vervuiling’ in hun lichaam is gekomen, waar deze kinderen toevallig extra gevoelig voor zijn. Zijn lijst van producten en stoffen die dit kunnen hebben veroorzaakt groeit gestaag. Beginnend met vaccinaties, medicijnen, alcohol en roken. Tot kunstmatige zoetstoffen, weekmakers (bijvoorbeeld door het opwarmen van de babyflessen in de magnetron) en vinyl. Tot nu toe werkt Tinus vooral proef ondervindelijk, maar op dit moment wordt er ook steeds meer wetenschappelijk bewezen (zie: www.environmentalhealthnews.org/ehs/news/autism-and-vinyl-flooring waarin wordt aangetoond dat vinylvloeren leiden tot twee keer zo veel autisme-gevallen bij kinderen). Tinus is al zover dat hij meer dan 300 kinderen geheel symptoomvrij heeft gekregen. Hij behandelt de kinderen, zoals je een ziekte behandelt: door het lichaam een zetje te geven om zichzelf te herstellen.

Mijn dochter volgt ook een dergelijk traject en ze ontwikkelt zich heel goed. Ze is zich steeds beter bewust van haar omgeving en is inmiddels in staat ook steeds beter rekening te houden met anderen. Of het door de behandeling van Tinus komt kan ik niet bewijzen, maar in mijn beleving is het zeker een deel van het verhaal.

Maar wat als Tinus gelijk heeft: dat deze kinderen gevoeliger zijn dan andere kinderen. Zou het dan mogelijk zijn dat zij ook op andere vlakken gevoeliger zijn? Mijn dochter weet altijd direct welke mensen voor haar ‘veilig’ zijn. Zij kan een kamer met vreemden binnenlopen en bij de ‘liefste’ persoon in de ruimte aansluiten. Is dat misschien ook niet de reden dat deze kinderen moeite hebben met het aankijken van mensen? Zien zij misschien meer dan wij? Kunnen zij pijn en verdriet zien, of de werkelijke intenties van een persoon, door hem of haar in de ogen te kijken? Hebben zij de gave om een persoon werkelijk te zien? Of is hun intuitie gewoon veel sterker dan die van ons?

Kriebel aan mijn linkeroorlel

Wat zijn wij toch eigenlijk een rare wezens. We hebben allemaal af en toe behoefte aan wat aandacht en waardering. Maar daar komen we vaak niet voor uit. Ikzelf in ieder geval niet. Met als gevolg dat ik het ook niet altijd krijgt op de momenten dat ik dat nodig hebt. De ander kan namelijk niet in mijn hoofd kijken, hoewel ik dat soms stiekem wel hoop en verwacht. Het resultaat is dat ik teleurgesteld ben in mijn collega, partner, vriend of vriendin. En als het te lang aanhoudt, mijn energie op raakt en ik eindelijk een signaal naar de buitenwereld geef dat ik hulp (lees aandacht, energie, waardering) nodig heb, is mijn reactie vaak al doortrokken van zware energie (boosheid, verdriet, frustratie, ……).

Mijn citrusboompje op mijn terras doet dat veel slimmer. Die heeft bijvoorbeeld regelmatig water nodig om te groeien in zijn pot. Als ze dat te lang niet krijgt geeft ze dat aan, door de bladeren te laten hangen. Een signaal dat ze iets nodig heeft van haar omgeving om te groeien. Met een gietertje water zie ik haar weer opknappen en is ze weer helemaal ‘fit’.

Laat ik daar eens een voorbeeld aan nemen. Als ik nu eens een duidelijker signaal afgeef wanneer ik wat aandacht of waardering nodig heb van mijn omgeving om te groeien? En als jij dat nu ook doet? Wat zou het leven dan makkelijker en aangenamer zijn, voor jou en voor mij. Laten we afspreken: als ik aan mijn linkeroorlel kriebel, heb ik even wat positieve aandacht nodig.  En omgekeerd geldt hetzelfde.

Let the energy flow!

Mooi voorbeeld: 

Slimmer werken in de praktijk

 

Deze week, vanuit Syntens, een mooi voorbeeld mogen zien van Slimmer werken in de praktijk. In oktober was ik benaderd door een metaalbedrijf met de vraag: hoe kunnen wij bij de Engineering van projecten slimmer werken? De afdeling bleek een gemiddelde overschrijding in tijd van rond de 25%. De eerste stap was een brainstormsessie met de gehele engineering, waarin de oorzaken en mogelijke eerste oplossingen werden verzameld. Vervolgens ging de medewerkers aan de slag in drie groepen. Vooronderstellingen werden getoetst, mogelijke oplossingen verder onderzocht en afgelopen week was de presentatie van de verschillende groepen aan elkaar. Daaruit bleek dat, met een aantal verbeteringen, de besparing wel eens rond de 40% zou kunnen liggen. Tijdens de sessie werd door de hoofd Engineering meteen gezorgd voor een stuk commitment van alle aanwezigen. Na deze sessie vond een presentatie aan het MT plaats, waarna men nu echt aan de slag kan. Kern van de verbeteringen waren: minder maar betere digitale verwerking, snellere feedback en directe reactie op de feedback.

Een prachtig resultaat, maar de kracht van het proces lag hem niet in de oplossingen, hoewel besparingen van 40% natuurlijk erg motiverend zijn. De kracht lag hem in de samenwerking en het vertrouwen van de leidinggevende in zijn mensen. Alle medewerkers hadden een rol. Iedereen kon zijn wensen en bezwaren kenbaar maken. Ieders input werd serieus genomen. Er was commitment van het MT in tijdsbesteding. En …. ook de afdelingen Verkoop (voor Engineering) en Productie (na Engineering) werden direct betrokken in de groepjes. Dus geen: “jullie moeten voortaan ….”. Weg met de klassieke muurtjes. Het afdelingshoofd gaf dit ook als belangrijkste winst: “We waren verrast over de bereidwilligheid van Verkoop.”  En een van de medewerkers gaf aan: “De mensen in de Productie hebben ineens het gevoel dat hun input wordt gewaardeerd. Voorheen riepen ze altijd: ‘dat heb ik al honderd keer geroepen’. “

Goed gedaan, Pascal!

 

Een nieuwe tijd?!

Soms lijkt het wel alsof de tijd steeds sneller gaat. Voor je het weet is de week al weer om en heb je weer je actielijst niet afgekregen. En als je dan terugdenkt aan de afgelopen week kun je niet meer bedenken waar je dan allemaal zo druk mee was. Het lijkt alsof anderen om ons heen onze tijd ‘stelen’ en er nauwelijks nog iets overblijft voor ons zelf. Je blijft maar rennen maar lijkt nooit op de plaats van bestemming aan te komen. Uiteraard weten we dat de tijd niet sneller gaat, maar waarom voelt het dan wel zo? En wat moeten we daarmee? Kunnen we dit op termijn wel vol houden?

Niet de tijd, maar vooral de ontwikkelingen om ons heen gaan steeds sneller. Met computers die inmiddels snelheden van meer dan 5 miljard beeldjes per seconde aankunnen, zijn onze hersenen met maximaal 24 beeldjes per seconde als uit de prehistorie. Als mens ontwikkelen wij natuurlijk ook. Nieuwe generaties kunnen bijvoorbeeld veel beter multitasken (meerdere taken tegelijk uitvoeren: denk aan msn-en en googlen terwijl ze zitten te bellen). Maar deze ontwikkelingen gaan wel via de wetten van de natuur: evolutie, geen revolutie. Wij kunnen de ontwikkelingen dus eigenlijk nooit en te nimmer bij houden. Interessante conclusie, maar wat nu?

In de afgelopen eeuwen hebben onze hersenen ons geholpen om nieuwe kennis te ontwikkelen, te begrijpen en om te zetten in zaken die ons leven vooruit hebben geholpen. Maar onze hersenen lopen nu tegen de grenzen van hun kunnen. We hebben behoefte aan een nieuw of misschien aanvullend ‘denk- en ontwikkelcentrum’. Het web kan ons een stuk op weg helpen als een 6e zintuig (zie ook: http://www.ted.com/index.php/talks/pattie_maes_demos_the_sixth_sense.html). Maar we hebben meer nodig. We hebben ons aloude ‘denk- en ontwikkelcentrum’ nodig, namelijk ons hele lichaam. Dat wat we als baby als hadden, als kind hebben afgeleerd, willen we nu weer herontdekken: de signalen uit de rest van ons lichaam. Ons buikgevoel, onze intuitie. Het hoofd wordt weer onderdeel van een geheel.