Maandelijks archief: december 2011

De Sociale Innovatie Puzzel (5): stukje 4

Maatschappelijk perspectief

Wij ervaren het als bijzonder om te zien dat er een groeiende kentering is in het maatschappelijk denken. Om ons heen zien en ervaren wij dat de huidige systemen aan alle kanten tegen hun grenzen aanlopen. We zijn nog maar net bekomen van de eerste financiële crisis of de volgende dient zich al weer aan. Deze soms uiterst pijnlijke bewustwording van de grenzen is terug te vinden in diverse sterke en onderbouwde opiniestukken. Erkende grootheden als Michael Porter en Henry Mintzberg, maar zeker ook David Korten laten duidelijke nieuwe denkrichtingen zien, die zich aan de ene kant richten op de manier waarop veel bedrijven zijn georganiseerd en aan de ander kant op de rol van bedrijven in het maatschappelijke systeem; en dan met name de waarde die zij zouden kunnen toevoegen aan de maatschappij als geheel. Het gaat bijvoorbeeld steeds vaker gelukkig niet meer alleen over welvaart, maar ook over welzijn.

Rijnlands versus Angelsaksisch

Een discussie die vaak gevoerd wordt op het vlak van organiseren is die van het Rijnlands organiseren versus het Angelsaksisch organiseren. Een fascinerende presentatie van Jaap Peters laat aan de hand van de metafoor van American Football het verschil duidelijk zien. Het veel socialere Rijnlands kan, door zijn leven naar de geest van de wet (lees intentie), met veel minder command en control toe.

Hans Versnel schrijft in zijn boek ‘Stop de Amerikanen!’ een fraaie uiteenzetting van het feit dat Europese bedrijven per saldo eigenlijk veel betere rendementen draaien, dan het gros van de Anglo-Amerikaanse bedrijven. Shareholders value, waarin de waarde die door bedrijven wordt gegenereerd slechts bij enkelen terecht komt, kent dus duidelijk zijn beperkingen. Met andere woorden anders organiseren en met een duidelijke maatschappelijke betrokkenheid loont.

Stukje 4: Sociaal ondernemerschap

Het laatste stuk van het Sociale Innovatie GroeimodelSociale innovatie stukje 4 gaat over Sociaal Ondernemerschap. Dit gaat over meer dan alleen welvaart en welzijn van de organisatie of het bedrijf zelf en zijn medewerkers. Het gaat ook over welvaart en welzijn voor de maatschappij. Dat kan dichtbij zijn, de directe omgeving van het bedrijf: de wijk, het dorp, het verzorgingshuis in het dorp, maar ook veel groter.

De essentie van Sociaal ondernemerschap wordt mooi verwoordt door sociaal ondernemer Olga Plokhooij: “sociaal ondernemen betekent dat ik mij verbindt aan maatschappelijke doelen.” Voor bedrijven betekent dit energie, tijd en middelen optimaal inzetten om vanuit continuïteit bij te dragen aan maatschappelijke uitdagingen. Of het nu werken is aan alternatieve energie, betere voeding, effectievere en menselijke zorg, betere mobiliteit, een veiliger omgeving, eigenzinnig onderwijs ….

‘Sociaal ondernemers werken vanuit de ambitie om maatschappelijke verandering teweeg te brengen. Op krachtige en innovatieve wijze pakken zij problemen aan in samenlevingen wereldwijd. Financiële winst is niet het primaire doel, maar is wel nodig om maatschappelijke vooruitgang te kunnen boeken. De sociale meerwaarde is de belangrijkste maatstaf van succesvol sociaal ondernemen.’

Belangrijke aspecten in Sociaal ondernemerschap

Balans in geven en ontvangen
Als je in organisatietermen denkt over sociaal ondernemerschap gaat het over het aangaan van nieuwe allianties, waarin meerdere belangen gelijktijdig kunnen worden gediend; een win-win, met daarin ook verschillende soorten partijen. Dus niet twee bedrijven die samen een nieuw product of dienst ontwikkelen, maar bijvoorbeeld een zorginstelling, die samen met bewoners en een bedrijf oplossingen bedenken voor zorgvraagstukken en daar allemaal van meeprofiteren. De ene misschien in minder kosten en meer plezier in het werk, de ander door betere zorg, met meer aandacht voor de mensen en de derde door inkomsten en winst, waarvan alle medewerkers meeprofiteren. Het sociale aspect zit hem in het gevoel van gelijkwaardig van alle mensen in het meewerken en meedelen in de ‘opbrengst’. Het levert voor iedereen meerwaarde en een eerlijke balans tussen geven en ontvangen. Er zijn geen verliezers. Niet bij de mensen die hier een rol bij spelen, maar ook niet daarbuiten. En bij sociaal ondernemen is dat geen toevallige uitkomst, maar een hele bewuste keuze.

De rol van geld
Bij het bewust omgaan met geven en ontvangen is geld niet de enige maatstaf. Geld hoort eigenlijk te staan tegenover waarde. Waarde kan in vele vormen voorkomen, denk aan onderdak, voeding, scholing, een veilige omgeving, maar ook aandacht, rust, relatie. In de afgelopen tijd is geld vaak een op zich zelf staande waarde geworden, daardoor kon er met geld geld gemaakt worden. Maar bij het maken van geld met geld zijn er altijd verliezers. In sociaal ondernemen is geld weer een ruilmiddel voor echte zaken van waarden. Salaris voor het leveren van een bijdrage aan de relevante toegevoegde waarde van het bedrijf. Een prijs voor het leveren van een dienst, zodat het bedrijf door kan gaan deze dienst te leveren aan anderen. Waarden in welvaart én welzijn. Winst en geld worden weer middelen om dit blijvend te realiseren.

Relevante Toegevoegde Waarde
Michael Porter beschrijft dit in The Big Idea als ‘Adding Shared Value’, dus niet zomaar toegevoegde waarde leveren, maar Relevante Toegevoegde Waarde. Toegevoegde waarde die relevant is voor een grotere groep, dan alleen de aandeelhouders van het bedrijf.

Een betere wereld begint bij mijzelf, maar de kracht zit in het collectief. Wij samen! Maar wat hebben wij daarvoor nodig? Ik zie hierin drie belangrijk zaken.
Ten eerste terug ‘naar de kern’. Wat is onze kracht, wat drijft ons (waar zit onze passie) en waar zit onze verbinding (wat kunnen we samen beter dan alleen)?
Ten tweede: welke uitdagingen zien we om ons heen waar we wel wat mee zouden willen doen? En dat combineren: hoe kunnen we onze talenten en passie inzetten voor relevante toegevoegde waarde?
Het derde dat wij nodig hebben zijn kleine en interactieve organisaties. Organisaties waarin transparant en zichtbaar is hoe, met welke talenten en waar relevante toegevoegde waarde wordt geleverd. Klein is nodig om de verbindingen te kunnen herkennen en voeden, interactief om de verbindingen ook actief te gebruiken om meerwaarde te creëren, verbindingen binnen het bedrijf, maar vooral ook met de buitenwereld. Samen met de omgeving/ maatschappij/ consumenten oplossingen bedenken voor onze grote uitdagingen. En vervolgens deze oplossingen vermarkten in binnen-, maar zeker ook in buitenland.

De opstap naar sociaal ondernemerschap

Als je om je heen kijkt zie je al diverse bewegingen en ontwikkelingen richting meer Relevante Toegevoegde Waarde en Sociaal ondernemerschap. Drie veel gebruikte termen hiervan zijn:
• Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO);
• Duurzaam ondernemen;
• Corporate Social Responsibility (CSR).

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat het om het vinden van een balans tussen people, planet en profit. Vaak blijkt dat deze balans leidt tot betere resultaten voor zowel het bedrijf als de samenleving. Het bedrijf neemt verantwoordelijkheid voor de (sociale) effecten van bedrijfsactiviteiten op mens, milieu en bedrijfsvoering (de drie P’s: People, Planet, Profit).
Meer info: MVO Nederland

Duurzaam ondernemen
Duurzaam ondernemen is een term die meer gebruikt wordt in het MKB. Duurzaam Ondernemen is bij alle bedrijfsbeslissingen zowel een hoger bedrijfsrendement nastreven, als de kansen benutten voor een beter milieu en meer welzijn van de medewerkers en de maatschappij. Het gaat om activiteiten die een stap verder gaan dan waartoe de wet verplicht; vanuit maatschappelijke betrokkenheid en een toekomstgerichte visie. Niet alleen rekening houden met het hier en nu, maar ook met toekomstige generaties.
Meer info: Duurzaam Ondernemen

Corporate social responsibility (CSR)
Corporate Social Responsibility is een meer Amerikaanse term voor ons MVO. Het doel van CSR is het nemen van verantwoordelijkheid voor de acties van de organisatie en het bewust kiezen voor en positieve toegevoegde waarde voor het omgeving, zijn klanten, de medewerkers, de stakeholders en anderen.

Sociaal ondernemerschap samengevat

Wij hebben deze tekst geleend van QPQ: het Nieuwe ondernemen, omdat we hem wel erg sprekend vonden.
Sociaal ondernemerschap start vanaf de basis, de plek waar het probleem wordt ervaren. De doelen van sociaal ondernemerschap zijn gesteld in termen van sociale verandering, sociale impact en een rechtvaardige verdeling van schaarste. Sociale ondernemingen worden vaak gekenmerkt door een vernieuwende, interdisciplinaire benadering. Sociaal ondernemers hebben vergaand inzicht in de samenleving en een uitzonderlijke visie op de mogelijkheden om daaraan bij te dragen.

Sociaal ondernemers zijn visionairs die door ontwikkeling en innovatie noodzakelijke veranderingen in de samenleving realiseren. Zoals alle ondernemers zijn ze trouw aan hun visie, volhardend in hun missie en zowel creatief als pragmatisch in de uitvoer.
In tegenstelling tot klassieke ondernemers deelt de sociaal ondernemer zijn uitvinding juist met anderen. Dat levert schaalvergroting op en maakt grote voorwaartse sprongen mogelijk.

Vierde puzzelstukje en samenhang

In het volgende en laatste blog van deze serie gaan we in op het hele model en de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Wat ons betreft en zoals het in de praktijk ook blijkt zijn de onderdelen van de puzzel allemaal afzonderlijk in te zetten. Echt krachtige organisaties daarentegen zorgen er in onze beleving namelijk voor dat de hele puzzel op elkaar in grijpt. MVO kan bijvoorbeeld niet een buitenkant alleen zijn maar loopt door tot in de ziel van een organisatie. Hierover echter in het laatste blog meer!

Raymond Witvoet en Caroline Rijnbeek

De Sociale Innovatie puzzel (4): stukje 3

Organisatie Innovatie

Een volgend puzzelstukje in de Sociale Innovatie Puzzel is Organisatie Innovatie. Organisatie Innovatie is, in onze beleving, een wezenlijke verandering van de organisatie op identiteitsniveau met als doel: een mooier en duurzaam groeiend bedrijf, dat op langere termijn beter is voor de mensen en zijn omgeving. Sociale Innovatie stukje 3Mensen in de organisatie werken zo veel mogelijk vanuit hun kracht en besteden zaken die niet hun kracht zijn uit aan anderen; binnen en buiten de organisatie.

Speelveld

Dit vereist bouwen aan bedrijven die werken met een duidelijke focus en toegevoegde waarde naar de markt, duurzaamheid naar binnen en naar buiten, voor zowel mens als zijn omgeving. Bedrijven die een speelveld bieden om vanuit je eigen kracht een bijdrage te leveren met grote eigen verantwoordelijkheid, maar uiteindelijke ook duidelijke gezamenlijke resultaten. De ondernemer is de vooruitkijker en coach die het speelveld overziet, de doelstellingen in de gaten houdt, en de spelers in het veld coacht om samen te werken en te scoren. In het veld gelden een aantal spelregels. Niet te veel, dat remt creativiteit, eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid om vanuit eigen kracht te werken. De spelregels zijn vooral bedoeld om te zorgen voor fairplay, inzicht en samenwerking.

Op de marktgerichte vernieuwing

De ondernemers waarmee we over deze denkrichting praten worden enthousiast en snappen dat dit een keiharde keuze is, die grote marktwaarde kan hebben als je het tot in de genen van het bedrijf kunt waarmaken. Een niet te kopiëren concurrentievoordeel, die herkenbaar is voor klanten. Organisatie Innovatie heeft daarmee impact op de organisatie, maar zeker ook op de klanten. Klanten zullen de marktwaarde herkennen en als het goed is erkennen. Zo niet, dan zijn dit niet de juiste klanten (meer). Kiezen voor Organisatie Innovatie betekent dus soms ook afscheid nemen van (een groep) klanten.

Aanvliegen

Grofweg zijn er een drietal aanvliegroutes die kunnen helpen om ingangen te vinden voor Organisatie Innovatie.

Interactie

  • Open innovatie
  • Co-creatie
  • Strategisch samenwerken

Propositie

  • Identiteitsmarketing
  • Andere business en verdienmodellen

Organisatiestructuren

  • Netwerkorganisatie
  • Cellenfilosofie

Interactie, de interactieve organisatie
Een belangrijk onderdeel van deze nieuwe organisaties is veel interactie, zowel binnen het bedrijf, als met de buitenwereld rond het bedrijf. Je kunt daarbij denken aan samenwerken met andere ondernemers of kennisinstellingen, een flexibele schil van ZP-ers (zelfstandige professionals), medewerkers die ook bij andere ondernemers kunnen worden in gezet of andere rollen vervullen. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit, interactie, communicatie, creativiteit en leerervaringen die het bedrijf kunnen binnenkomen. Dit helpt het bedrijf om snel en accuraat mee te kunnen bewegen met de snelle veranderingen in de buitenwereld.

Open Innovatie

Open innovatie gaat over het doen van product- en/of dienstontwikkeling buiten de muren van het bedrijf en samen met de omgeving, denk aan klanten, leveranciers, kennisinstellingen en andere bedrijven. Dit vraagt daarom een wezenlijk andere omgang en samenwerking met de omgeving. De verschuiving van gesloten innovatie naar een meer open manier van innoveren, betekent in de eerste plaats een stukje bewustwording bij bedrijven. Niet alle goede ideeën komen vanuit het bedrijf zelf, en niet alle goede ideeën moeten noodzakelijk binnen het eigen bedrijf verder ontwikkeld worden. Je gaat meer gebruik maken van de kracht van anderen, en kunt daarmee ook meer focussen op de eigen kracht van de organisatie. Dit brengt direct wel een aantal nieuwe aspecten aan het licht, zoals bijvoorbeeld eigenaarschap, zeggenschap en winstverdeling.

Een voorbeeld van Open innovatie zijn de initiatieven waarbij de gemeentes hun maatschappelijke vraagstukken voorleggen aan MKB-ers om samen te zoeken naar oplossingen die leiden tot een combinatie van welvaart en welzijn voor alle partijen (overheid, burgers en bedrijfsleven). De onderneming kan verdienen aan het efficiënter en effectiever oplossen van vraagstukken van de overheid cq. de maatschappij. Voor meer informatie zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Open_innovatie

Co-creatie

Co-creatie is een lichte variant op Open Innovatie. Bewust krachten bij elkaar voegen om te komen tot nieuwe, andere producten en diensten. Een bekend voorbeeld van co-creatie is de Senseo, co-creatie door Douwe Egberts en Philips. In onze dagelijkse praktijk zien wij vooral co-creaties tussen de creatieve industrie en de meer traditionele sectoren; tussen ontwerpers en producenten.
Van gesloten naar meer open innovatieprocessen zal leiden tot de volgende verandering:

  • Van passieve kopers naar actieve ambassadeurs;
  • Van luisteren naar dialoog;
  • Van consumenten als kopers naar consumenten als ‘meedenker’;
  • Van onderzoek naar klantbehoefte naar het begrijpen van de product-dienstbeleving van de klant.
  • Van vertrouwen in experts naar vertrouwen op de collectieve kennis.

Je vindt wat meer informatie en mooie video voorbeelden op: http://www.syntens.nl/co-creatie/pressure-cooker.aspx
En voor meer informatie zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Co-creatie

Strategisch samenwerken

Zoals al aangegeven is samenwerken een belangrijk onderdeel van Organisatie Innovatie, als bedrijven en de mensen in de bedrijven werkelijk vanuit hun kracht willen werken. Dit vraagt om bewuste keuzes ten aanzien van de intensiteit van samenwerken, de doelen van samenwerken en de afspraken die je maakt met samenwerkingspartners. Hierover is een prima stappenplan beschikbaar genaamd: Winnen kan ook samen http://issuu.com/raymondwitvoet/docs/samenwerking_winnen_kan_ook_samen

Maar er is ook een onlinetool om te kijken welke onderdelen van samenwerking al goed zijn geregeld, en welke nog aandacht vragen. Deze tool is ontwikkeld door Syntens in samenwerking met de TU Eindhoven. Zie: http://syntens.nl/clusterradar/Pages/ClusterradarInformatie.aspx

De organisatie als propositie
Organisatie Innovatie vraagt om het formuleren en uitwerken van een duidelijke missie/ambitie en het concretiseren en inbedden van een gekozen cultuur/waarden. Deze gelden op alle niveaus en in elk gedrag, binnen en buiten de organisatie. Uiteindelijk vormt het een integraal onderdeel van je aanbod naar de markt als organisatie. Het gaat hier daarbij volgens ons om de identiteit van de organisatie aan de ene kant en de manier waarop je je organisatie hebt ingericht in termen van de waarde die je aan de keten toevoegt, je kostenstructuur en de manier waarop je je geld verdiend aan de andere kant.

Identiteitsmarketing

Identiteitsmarketing gaat uit van de primaire kracht en eigenheid van de organisatie. Door de eigen identiteit als uitgangspunt te nemen en vervolgens door te vertalen in elke vezel van de organisatie ontstaan organisaties van betekenis. Van daaruit komt een scherpe doorvertaling naar de werkelijke Toegevoegde waarde vanuit deze eigenheid voor de markt. Daar horen dan ook specifieke klanten bij. Identiteitsmarketing nodigt bedrijven uit om hun eigen bestaansrecht aan de kaak te stellen. Waarom zijn we er ook alweer? Wie zou er wat missen als wij er niet zouden zijn? www.identiteitsmarketing.nl

Andere business- en verdienmodellen

Een businessmodel is een cognitief construct dat de brug slaat tussen technologie en business. Ieder bedrijf heeft een business model, ook indien zij zich er niet van bewust is; het is dan impliciet aanwezig. De term business model stamt uit de jaren negentig en werd met name gebezigd door internet-start-ups.

Het business model van een onderneming heeft een aantal functies:
1.     Value proposition: wat is het aanbod aan de klant; welk voordeel bieden we aan.
2.     Market Segment: op welke doelgroep richt het bedrijf zich.
3.     Value Chain: hoe is de value chain (M. Porter) van het bedrijf opgezet.
4.     Cost structure: hoe ziet de kostenstructuur er uit, hoe gaan we verdienen met het aanbod.
5.     Value network: hoe positioneert het bedrijf zich t.o.v. leveranciers, afnemers, concurrenten.
6.     Competition: hoe gaat het bedrijf concurreren.
Met het business model geeft het bedrijf aan welke waarde het voor de klant creëert, hoe ze dat gaat doen en in welke mate zij een deel van de waarde zich kan toe-eigenen in de vorm van winst.

Het verdienmodel is onderdeel van het business model. Voorbeeld: een leverancier van software kan per geleverd pakket afrekenen, afrekenen per gebruiksduur of juist het pakket gratis weggeven en de verdiensten zoeken in advies of reclame. Met een technisch identiek product zijn er dus vele mogelijkheden tot verdiensten. Het verdienmodel is niets meer en minder dan hoe de binnenkomende geldstromen zijn geregeld. In onze beleving zijn er maar 4(!) hoofdgroepen van verdienmodellen:
1) Indirect (gratis, licentie, commissie, advertising)
2) Abonnement
3) Uurtje factuurtje
4) Marge/Lump Sum/Fixed Fee
Op de bijgevoegde link worden de verschillende verdienmodellen verder uitgewerkt.
http://shoponline.nl/?p=98

Organisatiestructuren
Een derde marktgerichte organisatie innovatie is een wezenlijke verandering in de organisatiestructuur.

Netwerkorganisatie

Ze vliegen als paddenstoelen uit de grond: ZP-ers die zich verbinden en netwerken formeren. De netwerken zijn flexibel en passen zich snel aan aan de veranderende marktvragen, aan de andere kant geven ze verbinding, inspiratie en de mogelijkheid van cocreatie.
Het boek ‘the Starfish and the Spider’ beschrijft in deze metafoor prachtig de nieuwe organisatievorm. Bij de traditionele spider-organisaties wordt de spin verlamd als het een poot verliest en sterft als het zijn kop verliest. Bij de starfish zijn de poten selfsupporting. Als het dier een poot verlies groeit het gewoon weer aan, en bij sommige soorten groeit de afgestoten poot weer uit tot een nieuw organisme. Het dier heeft gaan kop, die het hele organisme bestuurd.

Een prima voorbeeld van een netwerkorganisatie is Buurtzorg, die dit jaar ook Beste Werkgever van Nederland is geworden. 4000 medewerkers, geen managers, financieel directeur of hiërarchie. Maar wel een hoge medewerkers tevredenheid, veel betrokkenheid en een goede financiële basis. http://www.buurtzorgnederland.com/

Cellenfilosofie

Ook de cellenfilosofie van Eckart Wintzen is nog steeds een vorm van organisatie innovatie om bedrijven uniek, flexibel, marktgericht en krachtig te houden.
De organisatie bestaat uit een aantal mensen, deze mensen vormen gezamenlijk een cel. De cel heeft één eindverantwoordelijke. Wanneer de cel groter wordt dan bijvoorbeeld 50 medewerkers, splitst (deelt) de cel zich op in tweeën en er komt dus een nieuwe cel bij. De leidinggevende kiest een persoon uit die hij geschikt acht als leider van de volgende cel. Leidinggevenden worden nooit van buitenaf aangenomen, zodat zij ruim voldoende kennis hebben van de organisatie en hoeder van de cultuur van de organisatie zijn. Er ontstaan verschillende cellen onder een gemeenschappelijke naam. De leidinggevenden van alle cellen vormen samen een managementteam en zij passen de kaders zo nodig aan. Alle cellen opereren onafhankelijk onder een gemeenschappelijke naam en zijn ingedeeld naar bijvoorbeeld afzetgebied, branche of werkzaamheden. Wel is er één hoofdcel, waaraan verantwoording moet worden afgelegd over bijvoorbeeld financiën en of zij wel hebben gehandeld binnen door de holding resp. managementteam aangegeven kaders.
Deze organisatiestructuur werkt niet binnen alle branches en is vooral bedoeld voor de zakelijke dienstverlening.

Voorbeeld

Een voorbeeld van organisatie innovatie is de structurele omslag die het bedrijf Jazo Zevenaar heeft gemaakt in het afgelopen jaar. De jaren ervoor is er veel gedaan aan Organisatorische innovatie: verandering in leiderschap, cultuur, structuur en manier van aansturen. Na het winnen van de titel Slimste bedrijf van Nederland 2010 is het bedrijf wezenlijk veranderd vanuit ‘innoveren topdown’, naar ‘innoveren van onderop’. De directeur, Axel Jansen, zei het letterlijk: “Waar wij voorheen als management de veranderingen bedachten en dan weken, maanden bezig waren om ze door te voeren, komen er nu 10-20 innovaties tegelijk naar boven. Als management hoeven we er alleen nog focus aan te geven. Het resultaat zijn betere klanten, mooiere opdrachten, grotere uitdagingen en een aantal octrooien.’ Een mooie voorbeeld waar groeien van impact op alle mensen de organisatie ook impact krijgt op klanten en de markt.

Volgende keer het laatste puzzelstukje: Sociaal Ondernemerschap