Tagarchief: intuitie

Oordeel uitstellen? Wat een onzin!

Hoofd-oordeel
Tijdens mijn NLP-opleiding heb ik al geleerd hoe belangrijk het is om je oordeel uit te stellen en onbevooroordeeld open te staan voor verbindingen en informatie van anderen. Vorige week mocht ik deelnemen aan een workshop Authentiek Spreken, waarin dit één van de drie regels was. Naast stilte en ademhaling vanuit de buik. Een mooie manier om te leren spreken voor kleinere en grotere groepen. En het werkte weer fenomenaal. Vooral het uitstellen van het oordeel over mijzelf werkt enorm bevrijdend. Door mild te zijn naar mezelf is het makkelijker om gewoon stil te zijn en pas te gaan praten als de flow aan woorden vanuit mijzelf boven komt. Niet te moeten praten, niet iets specifieks te moeten zeggen, niet te hoeven imponeren, maakt uiteindelijk mijn verhaal authentieker, interessanter en leuker om naar te luisteren. Mijn hoofd (lees oordeel) en mijn denkpatronen zitten mijn authenticiteit in de weg. Maar het zelfde geldt voor luisteren. Door niets te denken, maar gewoon open te staan voor wat er komt van de ander, ontvang ik meer.

Buik-oordeel
Maar hoe zit het met je intuïtie? Kun je dat ‘oordeel’ ook uitstellen? Op dezelfde dag ontmoette ik iemand waarvan ik direct enorme pijn in mijn buik kreeg. Mijn collega, aan wie ik dit vertelde, zei direct “hoe weet je dat nu, stel je oordeel uit”. Ik heb dat echt geprobeerd, maar de buikpijn ging niet over. Tijdens de workshop deed iedereen zijn beste om zich kwetsbaar op te stellen, te leren en te delen met anderen, behalve de persoon waar ik buikpijn van kreeg. Hij bleef energie zuigen en ik bleef het nare gevoel houden. En aan het eind van de dag was mijn conclusie, je oordeel in je hoofd kun je uitstellen, dat levert veel op. Maar je intuïtie liegt niet, en hoef je dus niet uit te stellen. Ook als je hem nog niet rationeel kunt uitleggen. Die heeft toch wel gelijk. Luister er naar en doe er wat mee. In mijn geval was dat mijn energieflow afsluiten voor deze energievreter.

Herinneren en afleren
Eigenlijk is het best gek dat wij vooral geleerd hebben om de signalen uit ons hart en buik te negeren en te onderdrukken, terwijl wij de signalen uit ons hoofd heel serieus nemen. Dat heet opvoeding en scholing. Emoties mogen we niet te veel tonen, en zetten we vast in ons lichaam en keuzes moeten we vooral rationeel onderbouwen. Zo leren we dat als kind, thuis en op school. En vervolgens als we ouder zijn, ontdekken we dat we hiermee ons zelf voor de gek houden, en eigenlijk onze intuïtie allang weet wat we willen en zouden moeten doen. Nu nog vaardig worden in het rationeel verkopen van ons buikgevoel voor die ander die een verklaren wil. Of gewoon maar af doen met “zo voel ik het nu eenmaal.”
Het boek “De vrije wil bestaat niet” beschrijft dit ook, hoorde ik van een collega. Daar ga ik mij nog maar eens goed in verdiepen.

En verder ga ik vooral luisteren naar mijn buikoordeel en mij niet meer afvragen waarom ik voel, wat ik voel.

Anders doen, anders zijn

Wat is eigenlijk ‘anders’? Is niet iedereen een beetje anders?

Vanuit school en de schoolbegeleidingsdienst hebben wij het verzoek gekregen om met onze dochter te gaan praten over het ‘anders zijn’. We hebben een boekje mee gekregen met de titel “De wereld van Luuk” met daarin een verhaal over een jongetje met een vorm van autisme. Wij worden geacht dit met haar te gaan lezen en dan met haar te praten over autisme. En ik merk dat ik hier enorm mee worstel. Ik heb daarbij drie vragen: waarom, wanneer en hoe?

Waarom?

De belangrijkste worsteling is: waarom zouden wij dit doen? Doen wij dit omdat dat beter is voor haar, of omdat het beter is voor haar omgeving? Haar huidige omgeving, vooral ons gezin en haar klasgenoten, weten allang dat zij anders denkt en reageert dan een ‘gewoon’ kind (wat dat dan ook mag zijn). Dus volgens mij levert het daar niet veel op om het expliciet en bewust te maken. Dat zal wel veranderen als zij straks bijvoorbeeld naar de middelbare school gaat. Maar dat duurt nog een aantal jaren.
En als ik naar haar kijk, weet ik dat zij het onbewust weet, zij benoemt het alleen niet en is het zich niet echt bewust. Wat levert het haar op om het expliciet te maken en een naam te geven? Kan zij iets met deze informatie en zo ja, is dat positief of negatief? Kan het haar helpen om haar omgeving handvaten te geven om in harmonie met haar om te gaan? Of geeft het haar juist een knauw in haar zelfvertrouwen en zelfredzaamheid?

Wanneer?

Mijn tweede worsteling is: wanneer zouden wij dit doen? Doen wij het, als haar omgeving dit wil of vraagt, of pas als zij zelf aangeeft hier iets mee te willen? Mijn gevoel zegt dat zij er nog niet aan toe is, maar misschien ben ik er zelf nog niet aan toe. Boekjes over anders zijn leiden niet tot vragen van haar kant, eerder tot afwijzing: “die wil ik niet lezen”.
Voorlopig kunnen we haar een omgeving bieden, waarin zij zich vrij kan bewegen, lekker in haar vel zit en zich goed ontwikkelt. Is het al tijd om haar wakker te schudden en te confronteren met een ‘onze’ realiteit? Want wij zijn degene die haar ‘anders’ labelen. Of is het nog tijd om te genieten en kinderlijk vrij te zijn?
De discussie bij Rondom Tien zet mij wel weer aan het denken.

Hoe?

En als we haar dan gaan helpen om het bewust te maken en onder woorden te brengen: hoe doen we dat dan? Welke wegen kunnen wij bewandelen? Welke rol hebben wij als ouders daarin? Zijn wij er om vooral onvoorwaardelijk van haar te houden, of hebben wij een verantwoordelijkheid om haar daarin te begeleiden? En hoe doe je dat dan op een liefdevolle en onvoorwaardelijke manier?

Ik heb vast een paar tips gekregen die ik ga onderzoeken (dank je wel Jenny):
De wereld van Luuk, Ik ben Speciaal, Mick is anders, Bibi en autisme,…

Maar de belangrijkste tip: volg je gevoel!

Autistisch reflecteren

Al lezend door de Emerce van december kom ik het verhaal tegen van Gary Carter tijdens TEDx Amsterdam afgelopen 19 november. Gary Carter is CEO van Fremantle, een tv-productiebedrijf dat in Nederland bekend is van Idols en Boer zoekt vrouw. Gary verdient zijn geld door te focussen op wat verkoopt aan specifieke doelgroepen met massa. Maar tijdens zijn TEDx presentatie laat hij ook de ander kant van de maatschappij zien: het individu dat anders en uniek is en niet past in de massa doelgroepencommercie van veel bedrijven en organisaties: zijn autistische zoon Lucio. Hij laat zien hoe business in veel gevallen kiest voor de massa, geld en gemiddelden, terwijl er mensen zijn die daar niet in passen. In een interview dat hij daarna geeft, merk je dat zijn werkelijke worsteling ligt bij de vraag hoe hij zijn zoon en vele andere kinderen aangesloten kan houden in onze maatschappij. Hij wijst daarbij op een zere plek in ons sociale systeem: ‘bijzondere’ kinderen kunnen een leerplichtontheffing krijgen. Met als gevolg dat de overheid niet hoeft te zorgen voor adequaat onderwijs als het kind niet past in de huidige onderwijssysteem. Een goede vriendin van mij zit daardoor nu werkelijk in de problemen. Als je kind namelijk wordt ontheven van leerplicht heb je ineens een kind fulltime thuis. En dan? Als werkende ouder van een bijzonder, autistisch of gehandicapt kind is dit maar één van de uitdagingen in het dagelijks leven. Werken en het hebben van een bijzonder kind lijkt bijna niet te verenigen. Dit klinkt ook door in het interview met Gary Carter.

Dit staat zo sterk in contrast met de film/documentaire de Horseboy van Rupert Isaacson, die ik gisteravond heb zitten kijken. Het boek was al prachtig, maar als visueel-kinestetisch persoon vond ik de film nog indrukwekkender en herkenbaarder. Rupert en zijn vrouw Kristin nemen hun autistische zoon Rowan mee op een helende reis naar sjamanen van het paarden- en rendierenvolk in Mongolië. De film geeft een beeld van alle emoties die spelen voor en tijdens hun reis: uitputting, frustratie, schuldgevoelens en de twijfels of dit wel een juiste keuze was. Aan de andere kant ook het geluk bij elke stap vooruit, met direct de twijfel of het wel blijvend zal zijn. Rupert laat zien dat het volgen van je intuïtie niet altijd makkelijk is, maar wel werkt. Zelfs als je, zoals Kristin, niet echt gelooft in sjamanen, dolende voorouders en bizarre rituelen. Rupert en Kristin hebben er inmiddels hun levenswerk van gemaakt om met een stichting op hun eigen range bijzondere kinderen in contact met paarden te helpen hun weg te vinden in onze complexe maatschappij. Daarin gesterkt door hun zoon die inmiddels zindelijk is, goed kan praten en vriendjes heeft. Iets wat je aan het begin van de film niet zou verwachten.

Mooi om te zien hoe twee zo verschillende ouders: Gary en Rupert beide aangeven een beter mens te zijn geworden door hun bijzondere kind. En ik vind het bewonderenswaardig hoe beiden op hun eigen wijze laten zien dat autisme een onderdeel van onze maatschappij is en dat autisten het verdienen om de aandacht te krijgen die zij nodig hebben. Ik vraag mij nog af hoe ik daar zelf in zou kunnen bijdragen. Mijn intuïtie zegt dat het antwoord zich vanzelf zal aandienen.

The Horse Boy

Een adembenemend boek over de zoektocht van twee ouders naar de genezing van hun zoon Rowan, die op tweeënenhalf jarige leeftijd wordt gediagnostiseerd als autistisch. Het verhaal wordt geschreven door de vader van Rowan, Rupert Isaacson, die een reisverslag maakt van zijn ontdekkingstocht. Na een lange weg langs therapeuten, instellingen en speciale scholen zijn zij geen stap verder, een illusie armer en doodmoe. Tot de ontdekking van Rowans bijzondere band met het paard Betsy. Ineens versnelt zijn taalontwikkeling en lijkt hij beter op zijn gemak. Uiteindelijk neemt Rupert zijn vrouw en zoon mee naar de oorspronkelijke leefomgeving van de paarden in Mongolië, waar hij Rowan in contact brengt met sjamanen, paarden en het rendiervolk. In zijn gevolg neemt hij ook een filmploeg mee om hun ontdekkingstocht en helingsreis te documenteren. Het resultaat is niet genezing van autisme, want dat blijft een stukje van Rowan, vertelt Rupert. Maar wel een jongen die zo gegroeid is dat hij beter communiceert, in staat is om vrienden te maken en te houden, zindelijk is geworden en de meeste tijd lekker in zijn vel zit.  Een jongen die geheeld is van de angsten die hem gevangen hielden en blokkeerden om te groeien.

Het verhaal leest makkelijk, is humorisch geschreven en, denk ik, voor elke ouder op bepaalde momenten in het ouderschap zeer herkenbaar. De Paardenjongen, zoals het boek in het Nederlands heet is straks ook te bekijken. De film The Horse Boy is in september 2009 in Amerika in première gegaan met daarin de filmbeelden van hun reis.

Met zelf een dochter met een vorm van autisme is het verhaal zo enorm herkenbaar. Als ik kijk naar mijn kind herken ik het blauw geboren worden, de gedragspatronen om controle te houden, de angstuitbarstingen als ze de controle verliest, maar ook de enorme liefde voor dieren, in haar geval met name poezen. Maar ik herken mij ook in de reactie van de vader, Rupert: de worsteling met mijn eigen schuldgevoel en met het ‘gewone’ zorgcircuit voor deze kinderen. Ik bedoel dan de kinderarts, psychologen en Jeugdzorg, die toch erg blijven hangen in diagnostiseren en het beschermen en onderbrengen van een ‘ander’ kind in aparte instellingen. Ik herken ook de zoektocht vanuit mijn buikgevoel in de alternatieve zorg, naar andere opties om mijn dochter te helpen om haar weg te vinden in deze, voor haar soms complexe, wereld. En ik moet zeggen, na craniosacraal therapie, homeopathie en nu neurofeedback zit ook mijn dochter prima in haar vel, ontwikkelt zich goed, kan zelfs fietsen en bijna zwemmen (wat wij lange tijd niet voor mogelijk hadden gehouden). Contact maken met andere kinderen blijft voor haar een uitdaging en zij blijft daarin echt anders dan andere kinderen, maar zij heeft er geen last van en de meeste kinderen accepteren haar voor wie zij is. Of deze verbeteringen door de alternatieve therapieën komen of puur vanwege onze focus en aandacht voor haar, of misschien wel gewoon helemaal autonoom, kan ik niet met zekerheid zeggen. Maar dat is ook niet belangrijk. Zoals Rupert ook aangeeft: ik zie dat zij al een eind op weg is naar heling. Autisme is een stukje van haar zijn en hoeft niet genezen te worden, alleen geheeld. Ik heb een blij en gelukkig kind.

En meer wil je toch niet als ouder?

Meisjes van 11

Afgelopen weekend vierde mijn dochter haar elfde verjaardag samen met 5 vriendinnen. Ze wilde graag iets speciaals doen, iets anders dan de anderen hadden gedaan. Geen slaapfeestje of sieraden maken. Maar wat dan?
Via mijn opleiding Intuïtieve ontwikkeling had ik gehoord over Powwow voor meiden van 10 tot 13. Na het bekijken van de website leek het haar wel wat. Dus: uitnodigingen gemaakt, Powwow geregeld en afgelopen zaterdag wat het zover. Met 6 kakelende en gillende meiden in de auto naar Eefde. Buiten het dorp op een boerderij kwamen we bij een echte Yurt, een mongoolse tent, en ontmoette Marieke. Zij en haar man wonen al meer dan 5 jaar in deze yurt en wij mochten binnen in hun huis. De dames vonden het bijzonder en vreemd. Ze vroegen zich af hoe je zo kon leven zonder tv, zonder wii en zonder MSN. Geen stromend water, koken op een houtkachel, gelukkig wel een laptop en internet ;o)
De dames werden uitgenodigd om in een kring te komen zitten en Marieke startte met een verhaal over het indianenmeisje Maankind. Het meisje onderging de veranderingen die horen bij pubermeisjes en voelde zich onzeker. Ze trok zich terug en ging de natuur in op zoek naar kracht. In de natuur vond zijn allerlei dingen die haar kracht gaven, een veer, een steen, een bloem… Na afloop van het verhaal vertelde Marieke over de veer die in het midden van de kring lag, een prachtige kalkoenenveer. Ze vertelde over de taking stick die de indianen gebruiken als zij een Powwow hebben, een feestelijke bijeenkomst. Degene die de taking stick oppakt is aan het woord, de anderen luisteren. Wat een mooi gebruik. Vervolgens vroeg ze aan de meiden of zij zich soms ook onzeker voelden, en of ze dat met de anderen wilde delen. Het was verbazingwekend hoe snel de meiden één voor één hun onzekerheid in de groep legden. De ene makkelijker dan de ander, de ene dieper dan de ander, maar ze deden het allemaal.
Na een kop thee, appelsap en een stuk versgebakken appeltaart mochten de meiden naar buiten om zelf ook iets te zoeken wat hen kracht zou kunnen geven als zij zich onzeker voelde. Een paar meiden gingen op weg en vonden hun dingen. De anderen kropen bij elkaar en lieten zich afleiden door stoere praat en groepsgevoel. Jammer, maar ook dit hoort bij meisjes van 11. Gelukkig was Marieke niet voor een gat te vangen. Dus had ze een mand voor krachtige voorwerpen klaarliggen in de yurt, waaruit de meiden ook konden kiezen. Van hun voorwerp mochten ze vervolgens een sieraard maken (dus toch sieraden maken, maar dan anders), zodat ze het bij zich konden dragen. De laatste stap was het versterken van de kracht van hun sieraden met allerlei instrumenten.
Wat een bijzondere plek, bijeenkomst en mens. En dat vonden de meiden ook. Een echte aanrader.
Powwow voor meiden.

Intuïtieve ontwikkeling of herinnering?

Begin dit jaar ben ik begonnen met een opleiding Intuïtieve Ontwikkeling. Leek mij een goede aanvulling op mijn persoonlijke ontwikkeling. Mijn hoofd heb ik al zo veel jaren ontwikkeld, nu maar eens een ander stuk van mijn lijf verder ontwikkelen en aanwenden. Mijn verwachting was dat ik zou leren wat intuïtie is en hoe ik het kan gebruiken. Maar helaas ik kom bedrogen uit. Mijn docenten vertellen mij dat ik mijn intuïtie allang heb ontwikkeld. Het enige dat we in deze opleiding doen is je weer herinneren hoe je dat ook al weer deed.

Hoe werkt het dan? Onze intuïtie hebben we als baby continu gebruikt om ‘op gevoel’ aan te geven als we honger hadden, koud waren, alleen voelde, … Op geen enkele wijze geremd door gedachten als ‘zou mama dat wel goed vinden?’  ‘zou ze mij dan wel waarderen?’ ‘ben ik zo wel een goed kind?’. In de loop van ons leven hebben we een hoop normen, waarden en sociale afspraken opgedaan en in ons hoofd gestopt in de vorm van overtuigingen en stemmetjes. Dit vormt een soort mist over onze intuïtie. In de opleiding leren we al deze mist op te ruimen, zodat we weer puur kunnen voelen. En ik moet zeggen, het ruimt lekker op. Ik kan het iedereen aanraden.

Langzaam aan begin ik het mij weer te herinneren!

Posruptive change

De ene voelt het, de ander ziet het, de volgende is het zich nog niet echt bewust. Maar er is een grote verandering aan de gang. Is dit de reden van de crisis? Heeft dit te maken met de voorspellingen van 2012? Is het wishfull thinking? Misschien allemaal, misschien geen van alleen, maar dat er wat aan het gebeuren is, is voor ons een zekerheid. Maar wat dan en hoe dan, en voor hoe lang? In onze beleving is het een permanente verschuiving, waarin macht wordt vervangen door kracht; het ‘weten’ van het hoofd (het denken) wordt vervangen door het ‘weten’ van het hele lichaam (intuitie); dilemma en polarisatie worden vervangen door balans en eigenheid en organisaties gaan faciliteren in plaats van domineren. De combinatie van de ondernemende mens, een waarde-creerende omgeving en een verbindende infrastructuur leiden er toe dat 1+1 wordt 100! Dit is een werkelijk pos-ruptive (positive disruptive) change.

Dit vraagt wel wat van mensen en organisaties. Mensen moeten weer leren geloven en vertrouwen op hun eigen vermogens, talenten en verlangens. Dat is nog niet zo eenvoudig, want ons is als kind al afgeleerd hierop te vertrouwen. Het vraagt van organisaties dat ze mensen vooral faciliteren en ruimte geven en de juiste talenten met elkaar in verbinding brengen. Dit leidt dan tot werkelijke toegevoegde waarde. Die toegevoegde waarde is nodig om naar de toekomst te kunnen blijven groeien en ontwikkelen. Daarbij levert de buitenwereld met zijn steeds sneller ontwikkelende technische mogelijkheden een grenzenvrij speelveld voor interactie, inspiratie en contact.

Mooie tijden wat ons betreft.

Raymond en Caroline (wordt vervolgd)