Tagarchief: vooronderstelling

Spelregels voor sociale innoveren

Aflopen week weer een paar mooie gesprekken gehad met ondernemers en met twee onderzoekers over Sociale innovatie. De ondernemers vanuit eigen, concrete vraagstukken en dilemma’s, de onderzoekers vanuit een wetenschappelijk vraagstuk, in dit geval: Het Nieuwe Werken en conflicthantering. Deze gesprekken deden mij inzien dat ik een aantal specifieke, misschien wel eigen, vooronderstellingen en principes (lees: spelregels) heb die ik inzet om sociaal te innoveren, voor zelf en bij ondernemers. Ik wil ze graag delen in de hoop dat anderen hier misschien ook iets mee kunnen of mensen nog aanvullingen hebben die voor mij weer waardevol zijn.

Sociale innovatie is een levenswijze

Sociale Innovatie is geen truc of marketing boodschap. Het is niet iets wat je eens even laat zien, om je medewerkers weer gemotiveerd te krijgen, of goede sier te maken bij klanten. Sociale innovatie is een keuze die alleen geloofwaardig is als je het compleet probeert te leven. Sociale innovatie begint namelijk bij jezelf en je eigen gedrag. Je kunt niet van anderen verwachten dat zijn sociaal innoveren als je het zelf niet doet. Sociaal innoveren is namelijk best vermoeiend en vaak lastig. Je zult je bewust moeten worden van je eigen patronen, ze toetsen aan de kern van Sociale Innovatie*, voorbeeldgedrag laten zien, en dit volhouden tot je onbewust bekwaam bent. Je kunt niet van een ander verwachten dat hij dit doet, als je zelf niet steeds weer ervaart hoe het is.

* voor mij is de kern van sociaal innoveren: “mensen, en dus ook jezelf, in zetten op talenten om te kunnen bijdragen aan een mooiere wereld voor ons allen”

Je kunt de ander niet veranderen

Voorleven is het nieuwe overtuigen. Alleen door zelf het goede voorbeeld te geven, kun je anderen inspireren om ook hun gedrag aan te passen. Je kunt tenslotte de ander niet veranderen. Consequent en aanhoudend voorbeeldig gedrag leidt tot een basis van voorspelbaarheid en daardoor veiligheid. Als wij ons veilig voelen, staan we veel meer open om te leren. Van hieruit kan vertrouwen en respect groeien die nodig is om anderen mee te krijgen in een beweging. Uiteraard gaat dit proces sneller als de ondernemer of de leidinggevenden degenen zijn die dit voorbeeldige gedrag laten zien. Toch is dit niet noodzakelijk. Als medewerker kun je ook je baas niet veranderen. Ook voor de medewerker geldt: geef zichtbaar en bewust het goede voorbeeld en houd dit vol.

Bewust van jezelf en de ander

Een belangrijk element in sociaal innoveren is bewust-zijn: bewust van jezelf, je talenten, je gedrag en je denkpatronen, maar ook bewust van de interactie tussen jezelf en de ander. In NLP heb ik geleerd: ‘de betekenis van je communicatie is de reactie die je oproept”. Dit legt alle verantwoordelijkheid van jouw communicatie bij jezelf. Dit is niet altijd makkelijk, maar geeft je wel de grootste hefboom tot verandering (want je kunt nog steeds de ander niet veranderen). Bewust-zijn is heel mooi, maar ook best lastig en vermoeiend. Het is een continu proces van feedback herkennen, analyseren en verwerken.

The Golden circle: why, how, what

Een principe die ik steeds vaker toepas, is de Golden Circle van Simon Sinek. Sociaal innoveren is een langdurig proces, en volgens mij effectief en duurzaam als je samen werkt en verbindt vanuit de Why. De Why staat voor het hart: waarom doe je wat je doet, waarom kom je elke dag weer met plezier uit je bed, waar wil je vanuit je hart aan bijdragen, waarom wil je werken en leven op een sociaal innovatieve wijze? Hier gaat het over ambitie, passie, missie en waarden. Van daaruit kun je voor jezelf en met elkaar bepalen hoe je zaken dan doet en organiseert: de How. Het speelveld, de faciliterende systemen, de strategie en de doelen. En wat je dan uiteindelijk gaat doen en veranderen: de What.

Systemisch werken

Afgelopen periode heb ik een prachtige basisopleiding Systemisch werken mogen volgen en heb daarbij de basisprincipes van systemisch werk geleerd. Ik ben mij nog heel bewust aan het bekwamen, met vallen en opstaan, maar merk dat deze principes mij goed helpen om te zien waar de beweging en de kansen liggen om sociaal te innoveren. De principes zijn: Erkennen wat er is, erbij horen, ordening/je eigen (juiste) plek en balans tussen geven en nemen. Sociaal innoveren doe je met elkaar, in organisaties, in teams, in systemen, en ik merk dat ik deze 4 principes als leidraad gebruik om te ontdekken wat er nodig is in een systeem en/of voor een individu in het systeem. Door te erkennen wat er is, verliezen we geen energie meer aan zaken die buiten onze cirkel van invloed liggen (zoals Steven Covey beschrijft). We werken vanuit de kansen die er dan zijn. Door mensen het gevoel te geven dat ze erbij horen, verliezen we geen energie aan ego-spelletjes van in- en uitsluiten. We richten onze focus op ieders schoonheid en waarde, op gelijkheid in eigenheid. Door te werken vanuit ordening en ieders eigen plek, verliezen we geen energie aan positie-spelletjes en activiteiten die niet bij ons horen of aansluiten op onze talenten. We focussen op het werk zo organiseren dat iedereen zo veel mogelijk vanuit talenten kan bijdragen. Werken voelt dan als spelen, en dit brengt plezier. En dat is toch wat we willen? Ik wel: Iedereen Elke Dag Plezier.

Ik geloof dat dit de belangrijkste spelregels zijn die ik op dit moment gebruik. Daarnaast heb ik nog een paar favoriete modellen, maar daarover volgende blog meer.

Speel, leer, geniet en deel!

Advertenties

Vooronderstelling: Zo hoort het!

We hebben ze allemaal: vooronderstellingen en overtuigingen. Ze helpen ons om de wereld snel te doorzien en niet overal over na te hoeven denken. Als ik een volwassene op de fiets links af zien slaan ga ik er ‘automatisch’ vanuit dat hij of zij netjes de buitenbocht neemt. Als ik een scholier dit zie doen, hou ik rekening met iemand die de bocht af snijdt en ben ik ‘automatisch’ wat meer op mijn hoede. Heel handig, zoals je ziet. Maar in sommige gevallen werkt het juist averechts.

Communicatie vanuit vooronderstellingen

Afgelopen week had ik overleg over de ontwikkeling van mijn dochter op school in het kader van haar rugzakje. Dat doen we met haar juf en een externe begeleider. Een samenwerking die enigszins opgedrongen is, want wij hebben geen invloed op de keuze van de externe begeleiding. 4 jaar lang hebben we een fijne begeleider gehad die steeds probeerde zo open en positief mogelijk met ons mee te denken. Maar helaas worden ook dit soort organisaties regelmatig gereorganiseerd, waardoor we te maken kregen met een nieuwe begeleider. Jammer, maar zo gaat het.
Inmiddels is de nieuwe begeleider een paar maanden bezig, en wij hebben elkaar nu voor de tweede keer ontmoet. De begeleider is tussendoor ook nog twee keer in de klas geweest om onze dochter te ‘observeren’. Tijdens ons gesprek merkte ik dat ik steeds meer in mijn emotie schoot, mij niet begrepen voelde en niet meer goed wist wat ik met het gesprek aan moest. De begeleider sprak in termen als ‘kinderen zoals zij’, ‘zo gaat dat nu eenmaal’, ‘zo hoort dat’, ‘zo moet het’. Op mijn vragen als “Wat is het alternatief?”, “Hoe zou dit nog anders kunnen?” en “Waarom is dit zo belangrijk voor haar?” kreeg ik geen echt antwoord waar ik iets mee kon.
Het gevolg was dat ik steeds meer in de emotie schoot en besloot maar niet meer te reageren, om een uitbarsting te voorkomen. Ik weet dat ik niet moet gaan overtuigen, maar vragen blijven stellen. Ik merk alleen dat ik dat vreselijk moeilijk vind als het over mijn eigen kind gaat. Uiteindelijk heb ik aangegeven ter plekke geen beslissing te willen nemen, wat de begeleider eigenlijk wilde, en heb aangegeven het nog te willen overdenken en overleggen.

Waarden en uniciteit

Nu achteraf zie ik pas echt wat er gebeurde. Deze begeleider heeft mijn dochter na een paar keer gezien te hebben in een hokje gestopt en redeneert nu vanuit dat hokje: zo doen deze kinderen, zo moet je er mee omgaan, en dat zijn de perspectieven. Iets waar ik inmiddels een behoorlijke allergie voor heb ontwikkeld. Er komen oordelen op grond van vooronderstellingen op tafel als: “Zij is niet instaat om op zichzelf te reflecteren, dus moeten jullie haar strak aan regels houden”, “Omdat zij geen projecttaken kan, zal zij ook geen spreekbeurten en boekbesprekingen kunnen doen. Zij is niet instaat om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden en oorzaak en gevolg te begrijpen”. Gelukkig sprong toen haar juf in de bres voor mijn dochter, want als ze iets goed kan zijn het spreekbeurten en boekbesprekingen. Volgens mij wordt zij later schrijfster…. ;o) Dank je wel Silvia, ga zo door!
Maar wat er ook speelde, zie ik nu, is dat zij uit gaat van wat zij belangrijk vindt voor ‘deze kinderen’. Zij gaat uit van een ander set van waarden. En dit is nu precies waardoor ik in de emotie en mijn allergie schiet. Natuurlijk komen er zaken overeen met ‘deze kinderen’ en kunnen we die gebruiken om van te leren. Maar er zijn ook zaken echt anders. En misschien ben ík wel gewoon anders, wil ik andere dingen voor mijn kind dan veel andere ouders, wie zal het zeggen. Ik vind het belangrijk dat er een goede en veilige relatie is tussen mijn kind en haar juf, en daarvoor is strak de regels handhaven en consequent zijn niet in alle gevallen de beste route. En ik weet dat mijn dochter dat ook prima aan kan. Ik vind het ook belangrijk dat mijn kind zich mag ontwikkelen in de zaken waar zij goed in is en vooral ook blij van wordt, dan maar met een wat mindere motoriek en een minder goede lichaamshouding. Ik vind het belangrijk dat mijn kind zich geaccepteerd voelt in de groep, ondanks dat zij anders is. En ik vind het belangrijk dat er gedacht wordt vanuit mogelijkheden. Mijn dochter heeft namelijk al een heel aantal keer bewezen dat zij ineens toch een grote sprong kan maken, die je dan allang niet meer verwacht. Maar op tijdens zo’n gesprek raakt het mij zo enorm, dat het mij niet lukt om dit op een rustige en heldere manier over te brengen. Ik heb nog steeds veel te leren.

Onze kanjer

Gisteren in de auto hadden wij een liedje op staan van Kinderen voor Kinderen over ‘met één been op de stoep en één been in de goot’. Het liedje gaat over kinderen die een routine hebben en daar niet van af kunnen of willen wijken. En onze dochter zij, out-of-the-blue’, ‘dat heb ik soms ook, dat ik iets op een bepaalde manier moet doen’. Hoezo kunnen ‘deze kinderen’ niet op zichzelf reflecteren?

Juist doen wat niet hoort, is soms verrassend mooi!